In 1921 beschreef Josef Lüftenegger in zijn boek Die Grundlagen der Bienenzucht (Grondbeginselen van de Bijenteelt) in het hoofdstuk Der Einklang der Waben (Harmonie van de raten) hoe bijen in een natuurlijke situatie (holle bomen etc.) hun raten steeds volgens een bepaald patroon rangschikten.
Hij adviseerde dit systeem in de kasten na te volgen (in die tijd met achterbehandeling - warmtebouw).
De Amerikaan Michael Housel werkte het concept later uit voor kasten in koudebouw.
 
Om het beter te kunnen begrijpen, bekijke men een vel kunstraat.
De zeshoekige cellen die men ziet, corresponderen niet precies met de cellen aan de achterzijde van de tussenwand, maar steeds met een derde deel van drie er tegenover liggende cellen.
Kijkt men naar de bodem van de uit te bouwen cel  (houd het vel tegen het licht) dan ziet men aan de achterzijde drie lijntjes samenkomen in een punt.
Van de ene kant bekeken vormen zij een Griekse Y, van de andere  kant een omgekeerde Y.

Men noemt de kant vanwaar men aan de achterzijde de omgekeerde Y kan zien: de Y-zijde van de raat (aangezien de Y zich aan deze kant bevindt).  De andere kant, vanwaar men door de raat de Y ziet, is de omgekeerde Y-zijde (aangezien aan deze kant zich de omgekeerde Y bevindt). In de verdere uitleg gebruik ik de volgende symbolen:             
                                                                                      |  =  middenwand
                                                                                      Y  =  Y
                                                                                      ^ =  omgekeerde Y
 
Bij de natuurlijke opbouw van een bijennest wordt altijd gestart met één middenraat waarin de cellen aan beide zijden van de tussenwand allen in de omgekeerde Y-stand staan, dus:
                                                                                    ^|^
 
Bij alle volgende raten, zowel naar links als naar rechts werkend, zal de buitenzijde van elke raat steeds de Y-zijde zijn:
 
                                                             Y|^     Y|^     Y|^     ^|^     ^|Y     ^|Y     ^|Y   
 
Aangezien geen kunstraat wordt geproduceerd met de speciale opbouw van deze middelste raat, starten wij, door de middelste twee raten met de omgekeerde Y-zijde naast elkaar te hangen en van daar uit naar buiten te werken (dus steeds de Y-zijde naar buiten gericht).  
Een tienraams kast krijgt dan vijf ramen naar links en vijf naar rechts wijzend. Het schema wordt dan als volgt:
 
                                                Y|^     Y|^     Y|^    Y|^     Y|^    ^|Y     ^|Y     ^|Y     ^|Y     ^|Y
 
Het mag duidelijk zijn dat op deze wijze de natuurlijke raatindeling zo goed mogelijk wordt nagebootst.  
Om het onszelf makkelijk te maken, kan men op de toplat met een merkje de buitenkant (dus de Y-zijde) aangeven.
 
Hangt men de raten op een lukrake wijze in, dan worden zij meestal wel geaccepteerd, maar met de boven geschetste methodiek blijkt het volk zich veel harmonieuzer te ontwikkelen.
Zo komt het weigeren van ingehangen uitgebouwde raten of vellen kunstraat niet meer voor, maar worden zij probleemloos geaccepteerd en uitgebouwd. De bijen gedragen zich zachtaardiger en vertonen minder zwermneiging.  Dit geldt ook voor bijenrassen die daar niet speciaal op zijn geselecteerd.
 
Door het op natuurlijke wijze rangschikken van de raten, elimineert men één van de vele stress factoren waarmee de bijen te maken hebben. Zoals ziekten, parasieten en de chemische behandelmethoden daarvan, bestrijdingsmiddelen uit land- en tuinbouw  etc. etc.
En men doet dit op een manier die geen negatieve bijverschijnselen heeft en buitengewoon eenvoudig is uit te voeren.

 

Door: Evert Jan van Tongeren. Uit:  Krankheit Resistente Bienen